|
Trainen en opleiden
Een
training of opleiding is pas een investering, als de uitgaven die
ermee
gemoeid zijn meer rendement opleveren, dan kosten met zich mee brengen.
De uitgaven die te maken hebben met opleiden en trainen zijn soms
directe, maar nog vaker indirecte kosten.
Indirecte
kosten van opleidingen zijn:
- Het
onderzoeken van de kennis en vaardigheidstekorten die middels een
training of opleiding aangevuld moeten worden door manager, medewerker
en afdeling Human Resources;
- Het
zoeken van passende trainingen en opleidingen;
- Het
voorbereiden van de deelname aan de training;
- Het
ondersteunen van de trainee, bij terugkeer van de training, door
manager, collegas en afdeling Human Resources;
- De
verlaagde effectiviteit en efficiëntie van de medewerker
tijdens
het zich eigen maken van de nieuwe trainingskennis en -vaardigheden;
- Het
wegwerken van werk, dat is blijven liggen tijdens de afwezigheid voor
de training;
- Het
zoeken van een vervanger voor tijdens de training;
|
Directe
kosten van opleidingen zijn:
- De inkoop
van de training;
- De
afwezigheid van de medewerker gedurende de training;
- Het
vervangen van de medewerker tijdens de training;
- Het
aanschaffen van de benodigde middelen om de medewerker de nieuwe kennis
en vaardigheden te kunnen laten toepassen.
Trainingskosten of -investering
Zolang
bovengenoemde directe- en indirecte kosten niet terugverdiend zijn, kan
er geen sprake zijn van een investering. Het is echter wel de bedoeling
dat
een training of opleiding zijn waarde bewijst in de vorm van een hoger
rendement.
Transfer
van kosten naar investering
Door
tijd te besteden aan trainingstransfer kan men de effectiviteit en de efficiëntie van een
medewerker verhogen,
met behulp van de nieuwe
trainingskennis en -vaardigheden. Door de toegenomen
doelgerichtheid en doeltreffendheid van de medewerker worden de
trainingskosten een investering. Daarnaast zijn er nog enkele indirecte
voordelen te verkrijgen met de combinatie van transfer en trainen. Zo
krijgt een medewerker een bredere basis en is daardoor flexibeler
inzetbaar. Deze
toegenomen inzetbaarheid draagt bij aan meer werkplezier en daardoor
bijvoorbeeld aan een verlaging van het ziekteverzuim. |
|
|